Historie van De Dalruiters

 



De start van De Dalruiters in 1946

Start in 1946 zonder zadels en zonder geld.

Feestelijk concours geeft jubileum Dalruiters glans

Weerselo - Zoals zoveel zaken die tijdens de Tweede Wereldoorlog een slapend bestaan leidden moest na die duistere jaren ook de Twentse ruitersport aan een nieuw leven beginnen. Om de aanzet daartoe te geven schreef de ABTB een vergadering uit in café Snippers in Oldenzaal. Alle Twentse landelijke rijverenigingen hadden een uitnodiging gekregen.
De vergadering werd geleid door een toenmalige leraar aan de middelbare landbouwschool, de heer Claassen. Onder zijn leiding werd de stoot gegeven tot de oprichting van het ABTB-ruitergebied. De ruiters waren allemaal ook lid van de JBTB, zodat de organisatie van een leien dakje verliep. Kort daarna, in juli 1946, werd in het inmiddels verdwenen Verenigingsgebouw in Weerselo een vergadering gehouden die tot doel had de plaatselijke ruiters tot een club te formeren. Dat werden, nu 40 jaar geleden, de Dalruiters.
Het schijnt in die julimaand van 1946 een legendarische vergadering te zijn geweest. Acht ruiters traden toe tot de nieuwe vereniging. De aanwezigen vonden dat Weerselo eigenlijk lag tussen de Bergruiters in Ootmarsum en de Berg en Dalruiters in De Lutte. Voorzitter werd Johan Brummelhuis (Dunn'n Meijer), terwijl Gerard Vloothuis (Kokkers Gait) de functie van secretaris aanvaardde. De penningmeester kwam veel later: de nieuwe vereniging beschikte toch niet over geld en de ontstane kosten werden direct hoofdelijk omgeslagen.
De Dalruiters hadden een -naamloze- voorganger. Die bestond al in 1932, had Piet de Leeuw als voorzitter en was ook al bij de landelijke rijverenigingen aangesloten. De Leeuw werkte op de gemeentesecretarie en had de actieve Gerrit Scholten als secretaris aan zijn zijde. In de oorlogsjaren verdwenen de activiteiten van de vereniging nagenoeg helemaal. Enkele ruiters waren ondergedoken en de jonge, goed afgerichte paarden waren zeer gewild bij de Duitse bezetters.
De leden van 'de Dalruiters waren in de begintijd louter boerenzonen die tot het werkpaard, veelal Groninger en Gelders type, op zondag gebruikten voor trainingen en concoursen. Zadels kenden de ruiters niet; een rijsingel met een paardedeken nam die taak waar.
De paarden reden ook standaard met oogkleppen, en op' stang. Instructeur Herman in 't Veld (Büters Herman) leidde op zondagmiddagen van half twee tot drie uur de trainingen op het veldje waar nu het gemeentehuis staat. Vanwege de bouw van het huidige gemeentehuis verhuisden de Dalruiters naar de Stiftswei, naast de begraafplaats op het Stift. Daar ontstond de eerste afgebakende manege; een hele verbetering.
De ruiters bezochten zo'n vier concoursen per jaar. De tochten daar naartoe werden gemaakt op platte wagens, getrokken door twee paarden. De overige ruiters zaten achterop en voerden hun viervoeters aan de hand mee. Weerselo viel binnen het dekenaat Oldenzaal en op die manier was ook de concoursindeling geregeld. De ruiter Hendrik Scholten-Mölman behaalde voor de vereniging het eerste grote succes tijdens het bondsconcours van 1955, waar hij bij het springen reservekampioen werd. In de jaren daarna gold hij als een voorbeeld voor de juiste rijstijl.

Tractoren

Vanaf dat moment begon de opmars van de tractoren, die op de boerderij het werk van de paarden overnamen. Dat betekende ook voor de Dalruiters, dat ze het moeilijker kregen in hun bestaan. Immers, de landbouwers konden met de oprukkende maar ook kostbare mechanisatie, de luxe van een paard erbij nauwelijks veroorloven. In het midden van de jaren zestig kwam de liefde voor het paard gelukkig weer terug en werd het ontbreken van zo'n edele viervoeter als een waar gemis ervaren. 
De Dalruiters maakten een flinke groei door en vanaf dat moment ging het met de ontwikkeling van de ruitersport ook erg snel. De paarden werden veel luxer en hoefden niet meer voor het werk op de boerderij te worden ingeschakeld. Dressuur en techniek werden zeer verbeterd en de africhting van hoger in het bloed staande paarden kostte meer kennis en tijd. De eisen voor de ruiters namen toe en de amazones deden hun intrede. En het geheel werd veel omvangrijker. Om een vergelijking te maken: in 1962 werden voor een concours in Weerselo zes verenigingen uitgenodigd met een deelname van 70 paarden, in 1986 zijn dat 30 verenigingen met ongeveer 440 paarden. De enorme groei zorgde ook voor het wegvallen van een aantal tot de verbeelding sprekende bijprogramma's. Zo werd met een fiets via een plank over een paard gereden dat in staat was "dood" te liggen en behoorde ook een zittend paard tot de evenementen. Ook hebben de Weerseloërs al eens bij de steeplechase rond het terrein een complete friettent in elkaar gereden. 
De Dalruiters hielden de groei overigens goed bij. Ze brachten belangrijke en bekende ruiters voort, onder wie Henk Maathuis, Harrie Poppink, Alwi Leuveld, Herman Seiger, Anton Vulpen, Dick Lemstra en Cor Vreeswijk. Zoals elke vereniging heeft ook de Weerselose ruiterclub de nodige perikelen gekend, maar de bereidheid om het uiterste voor de club te doen was en is immer aanwezig. Aanstaand weekeinde bij de viering van het 40-jarig bestaan is te zien welk fraai hindernismateriaal is aangeschaft en verwerkt tot schitterende zelf gebouwde hindernissen. Het huidge bestuur, bestaande uit voorzitter Hennie Wolbers, secretaris Bennie Zwiers, en de leden Jos Luttikhuis, Marcel Flinkers en Bennie Vreeswijk voert een krachtig beleid, zodat het voor ruiters en amazones goed toeven is bij de Dalruiters.
Het 40-jarig bestaan zal dan ook met elan gevierd worden en het jubileumconcours van aanstaande zondag wordt ongetwijfeld een topper. Spanning is op Erve Haarman in Weerselo verzekerd, gezien bijvoorbeeld de deelname van ruiters als Jos Lansink, Peter Bulthuis, Andre Zwiers, Jos Kuiper, Rob Gröninger en Jos Bruggink.
Het concours wordt verreden over drie springterreinen, waaronder B-springen, L-springen, MZ-springen, een jachtspringconcours en voor de Z-klasse zelfs een puissance met record-hoogtesprong.
Voorts zijn verschillende nevenactiviteiten georganiseerd, zoals de oud-leden te paard, de voltigeer-groep, een rodeostier en ponyrijden voor kinderen. De harmonie St. Remigius is uiteraard aanwezig om het feestelijke concours muzikaal op te luisteren. En vanwege het jubileum is de toegang voor iedereen